Slaapproblemen
Eén op de tien Nederlanders heeft slaapproblemen. De oorzaken zijn heel divers, maar de meeste slaapproblemen ontstaan door piekeren en stress. Om de slaapproblemen te kunnen analyseren is het goed om te weten hoe een slaapcyclus is opgebouwd.
Lichte en diepe slaap
De slaap begint met een afname van de hersenactiviteit en de oogbeweging wordt langzaam. In het eerste uur is er sprake van een lichte slaap. Als er iets in uw omgeving zou gebeuren, wordt u gemakkelijk wakker. In de overgangsfase naar een diepe slaap wordt uw ademhaling regelmatig, daalt het hartritme en raken de spieren totaal ontspannen. De fase van diepe slaap is kort en gaat na ongeveer 15 tot 30 minuten over in de REM slaap.
REM slaap
REM staat voor Rapid Eye Movement (vertaald: snelle oogbewegingen). In deze fase bewegen uw ogen snel en is er veel hersenactiviteit. De ademhaling en hartslag zijn onregelmatig en de bloeddruk stijgt. U droomt en verwerkt op die manier allerlei indrukken van de dag. Al deze fasen herhalen zich enkele malen gedurende de nacht.
Problemen met slapen
Problemen met inslapen (eerste fase) hebben vaak te maken met piekeren, maar er zijn natuurlijk ook andere factoren (zoals geluidshinder of pijn) die u beletten om in slaap te vallen. Bij problemen met doorslapen wordt u meerdere keren per nacht wakker, vlak voor de diepe slaap in gaat, of na de REM slaap. Als u ook moeite heeft met inslapen, duurt het lang voor u opnieuw onder zeil bent. Ook ongemakkelijk slapen kan worden gezien als een slaapprobleem.
Moe wakker worden
Tot slot kunnen slaapproblemen ook te maken hebben met het wakker worden. U wordt moeilijk wakker of u ontwaakt terwijl u nog niet bent uitgeslapen. Is er sprake van chronische slaapproblemen op het gebied van inslapen, doorslapen en wakker worden, dan spreken we van insomnie.